Zang/Lust

 

Hoofdstuk 1: Zondagochtend

(Anna)

Ik loop op het strand. De zon komt net op en het is stil. Ongeveer 100 meter voor mij loopt een jongeman. Hij is gekleed in een donkerblauwe zwembroek. Af en toe stopt hij en kijkt hij om zich heen en daardoor wordt de afstand tussen ons steeds kleiner. Ik zie dat hij rood, krullend haar heeft. Nog even en ik haal hem in. Ik ga wat dichter bij de zee lopen om hem op ruime afstand te passeren. Hij kijkt opzij en ziet me. Zijn ogen zijn felblauw, dat kan ik nog net zien op die afstand. Dan valt hij languit voorover in het zand. Ik schrik, maar ren snel naar hem toe. Ik pak zijn pols, die regelmatig klopt. Gelukkig, hij leeft, waarschijnlijk is hij flauwgevallen. Ik bekijk hem onwillekeurig. Hij is knap, goed van postuur en zijn benen vind ik erg mooi. Ik heb weleens gelezen dat je iemand die flauwgevallen is, bij bewustzijn kunt brengen door de kuiten te masseren. Die optie is onweerstaanbaar. Waarschijnlijk doe ik het niet hard genoeg, want de jonge man blijft bewusteloos. Wat nu? Instinctief rol ik zijn slappe lichaam op de rug en ik zie dat hij een erectie heeft. Dat klopt niet, een bewusteloze man heeft geen stijve. Hij speelt een spelletje met me! Ik sta op het punt verder te gaan, maar dan begint hij zachtjes te kreunen. Zou het toch kunnen een flauwgevallen man met een erectie? Ik ruik een zoete geur die zich met de zilte zeelucht vermengt. Ik moet hier weg, maar... zijn stijve pik in die strakke zwembroek lijkt me te hypnotiseren. Ik trek zijn zwembroek omlaag en begin zijn lul te strelen. Hij slaakt een kreet en spuit zijn hete sperma over mijn handen.

De weker gaat en ik schrik wakker. Het is half acht. Ik sta op en loop naar de badkamer. Snel douchen, dan ontbijten en opmaken om op tijd in de kerk te zijn, waar ik met het Mariakoor de mis moet opluisteren. Terwijl ik me afspoel, komen de beelden van mijn droom terug. Ik probeer me te verzetten, maar mijn vingers glijden naar mijn klitje en ik kom verbazend snel klaar.

Terwijl ik naar de kerk loop, denk ik na over wat de dag verder nog zal brengen. Om één uur ga ik lunchen met Pastor Albert, ene Johan en met Robert. Pastor Albert is nog maar enkele weken actief in de parochie en hij wil een Kerstconcert organiseren. Dat deden we al langer, maar Albert wil er graag een koor van buiten de parochie bij en heeft tot mijn verbazing gekozen voor De Notenbalkers, een kroegkoor waarvan Johan de voorzitter is. Robert is lid van het Petruskoor, het mannenkoor van onze parochie. 

De viering verloopt vlotjes, Pastor Albert houdt niet van lange preken en dat komt goed uit, want nu kan ik mij nog even omkleden voor de lunch.

(Albert)

Anna en Robert keken vreemd op toen ik de Notenbalkers als gastkoor voor het Kerstconcert voorstelde en ook tijdens de dienst merk ik dat Anna onrustiger is dan anders. Robert schikte zich snel. Hij kende het koor van enkele concerten en verzekerde Anna dat het een goed koor was dat meer kon dan Hazes brallen. Zelf houd ik wel van verrassingen. We moeten openstaan voor mensen buiten de kerk, dat heb ik ook deze zondag weer in mijn preek gezegd. De kerk zat weer goed vol, de parochianen zijn trouw. Het Mariakoor was ook weer prima op dreef. Vanwege de geplande lunch ben ik direct na de viering vertrokken. Als ik in de pastorie kom, is Vera al bezig met het dekken van de tafel. Vera is eem prettige huishoudster, heel zelfstandig. "Wilt u koffie?", vraagt ze. "Graag", antwoord ik. Vera's koffie is veel beter dan het brouwsel dat ze in de kerk schenken. Ik ga vast aan tafel zitten, het zal niet lang duren voor de gasten komen.

(Johan)

Ik word om half 10 wakker en ontbijt uitgebreid met mijn vriendin Belinda. Eigenlijk was ik van plan om naar de kerk te gaan om het Mariakoor te beluisteren. Vanmiddag heb ik een afspraak met de pastoor en een paar leden van de twee kerkkoren over een  kerstconcert. Ik heb het natuurlijk al besproken met de overige 5 koorleden, en die vinden het wel leuk om een keer in een kerk te zingen in plaats van in een kroeg. En met de kerst doen we altijd al iets speciaals. Afgelopen jaar hebben we in een gevangenis gezongen. Dat was heel indrukwekkend. Ik hoor de kerkklokken luiden en realiseer me dat ik eerder op had moeten staan. Nou ja, dan nog maar een bak koffie en straks naar de pastorie.

(Robert)

Ik loop op het strand. De zon komt net op en het is stil. Ongeveer 100 meter voor mij loopt een jongeman. Hij is gekleed in een donkerblauwe zwembroek. Af en toe stopt hij en kijkt hij om zich heen en daardoor wordt de afstand tussen ons steeds kleiner. Ik zie dat hij rood, krullend haar heeft. Nog even en ik haal hem in. Ik ga wat dichter bij de zee lopen om hem op ruime afstand te passeren. Hij kijkt opzij en ziet me. Zijn ogen zijn felblauw, dat kan ik nog net zien op die afstand. Dan valt hij languit voorover in het zand. Ik schrik, maar ren snel naar hem toe. Ik pak zijn pols, die regelmatig klopt. Gelukkig, hij leeft, waarschijnlijk is hij flauwgevallen. Ik bekijk hem onwillekeurig. Hoewel ik niet op mannen val, kan ik zien dat hij knap is, knapper dan ikzelf. Maar ik kan hem niet laten liggen. De gemakkelijkste manier om hem bij te brengen is zijn kuiten masseren, maar dat vind ik toch een beetje spannend. Ik leg hem op zijn rug en zie dat hij een stijve heeft. Dat is vreemd, maar mijn nichtje Carola heeft me ooit verteld dat ze het met een buurjongen deed. Die viel flauw toen hij haar penetreerde. "Zijn lichaam was slap, maar zijn lul was stijf.", aldus Carola. Zijn het de gedachten aan mijn bloedmooie nichtje die nu een erectie bij mij veroorzaken? Ik tik de jongeman op de wangen, maar dat helpt niet. Dan ruik ik een zoetige geur en als gehypnotiseerd leg ik hem weer op zijn buik en trek zijn zwembroek omlaag. Ook mijn zwembroek ligt nu in het zand. Ik buig me over hem heen, duw zijn benen uitelkaar en glijd verrassend soepel naar binnen. Met een paar stoten kom ik klaar.

De wekker onderbreekt mijn droom en als ik de lakens terugsla zie ik dat het een natte droom was. Snel verschoon ik het bed en vijf minuten voor de mis begint vind ik een plek in een van de achterste kerkbanken. Het koor zingt goed, zoals altijd en Anna ziet er prachtig uit. Ze is het jongste koorlid en weet zich elke keer weer goed te kleden. Net niet sexy, maar wel opwindend genoeg om, zeker in de lente, naar het koor te luisteren. Het verbaast me dat ze geen vriendje heeft.

Hoofdstuk 2: De Lunch

(Vera)

Het was wel even wennen, Albert is een heel ander soort pastor als Leo, zijn voorganger. Die was 75 en had eigenlijk meer medische zorg nodig dan een huishoudster kan bieden. Maar het was een lieve man die nooit klaagde. Albert is 43 en stelt hele andere eisen. Hij nodigt vaak mensen uit voor de lunch, ook door de week en dan moet alles goed, maar niet te duur, geregeld zijn. Dat is hard werken, maar gelukkig hoef ik hem niet te helpen bij het aankleden, zoals de laatste maanden van Leo's verblijf hier.

Albert is ook veel vlotter en directer. Een preek van Leo duurde soms meer dan 20 minuten, Albert is maximaal 10 minuten aan het woord. Wel houdt hij van traditie envan eenheid in de gezangen. Er mag best een Credo of een Agnus Dei ontbreken, maar combinaties van missen, of afzonderlijke liederen die samen een mis vormen, daar is hij niet van gediend. Even leek het erop dat dit tot een botsing met het Petruskoor zou leiden, want die hielden juist wel van samengestelde missen, maar toen bleek dat er voor morderne missen wel ruimte was, werd de vrede getekend. De parochianen lijken zijn aanpak wel te waarderen, de kerk zit voller dan bij Leo.

Een lunch voor 4 personen is voor mij inmiddels routine geworden en ik was al klaar met de voorbereidingen toen de dienst was afgelopen. Nu is het wachten op de gasten. Ik ken Anna en Robert natuurlijk van het koor en ik kom haar regelmatig tegen in het winkelcentrum. Hopelijk kleedt ze zich passend. In de kerk is er niets op haar kledij aan te merken, maar soms zie ik haar in rokjes lopen die wel heel kort zijn. Maar ach, ze is jong en doet daar veel mannen een plezier mee. Robert aanbidt haar in stilte, arme jongen, hij is niet aantrekkelijk genoeg voor haar. Ik zie hem alleen in de kerk, overdag zal hij wel werken. Anna leeft van de erfenis van haar ouders, die 3 jaar geleden bij een vliegongeluk zijn omgekomen. Leo heeft zich nog een paar maanden over haar ontfermd. Ze bleef ook regelmatig slapen in de logeerkamer achter in de pastorie. Maar Anna pakte de draad van het leven snel weer op. Ze verkocht het ouderlijk huis en woont nu in een appartement aan de andere kant van het kanaal, recht tegenover de kerk.

Ik hoor het hek naar de tuin opengaan en zie dat Johan de eerste is. "Dag mevrouw, ik ben Johan.", zegt hij terwijl hij mij een hand geeft. Hoewel hij nooit in de kerk komt, ken ik hem wel. Hij is voorzitter van de Notenbalkers en eigenaar van een café aan de Dijk. Leo dronk daar wel eens een borrel in zijn betere jaren. Albert heeft niets met 'kroegen', die zit liever met een cognacje in de tuin of bij de open haard. Ik ga hem voor naar het kleine tuinterras en stel hem en de pastor aan elkaar voor. "Wil je iets drinken?", vraag ik. "Ja, heeft u bier?" is zijn wedervraag. "Amstel, Grolsch of Maes?", vraagt Albert. "Doe maar Grolsch.", zegt Johan en ik loop naar de keuken om het gevraagde te halen.

Als ik terugkom zijn Anna en Robert ook gearriveerd. Robert woont in dezelfd flat als Anna, dus waarschijnlijk zijn ze hier samen naartoe gekomen. Anna ziet er netjes uit. Haar jurkje is niet heel lang, maar ze draagt een paar bruine suede laarzen tot de knie. Ik zie Robert pogingen doen iets van haar benen te ontdekken.